The State of Inbound Marketing 2013

Uit het jaarlijkse onderzoek 'The State of Inbound Marketing' van Hubspot blijkt dat 6 van de 10 bedrijven (58 procent) in 2013 inbound marketing zal inzetten. Dit jaar wordt zo’n 34% van het totale marketingbudget gereserveerd worden voor inbound marketing, 11% meer dan aan outbound marketing. Na jaren van groei is het budget voor inbound marketing dit jaar nauwelijks veranderd ten opzichte van 2012. 

42% van de marketeers zal komend jaar het budget voor inbound marketing wel verhogen. De voornaamste reden voor deze stijging is eerder geboekt succes met inbound marketing.

Een paar stappen terug: wat is ook alweer inbound marketing?

In het rapport heeft Hubspot een nieuw model opgenomen van inbound marketing, zoals hieronder te zien is. De afgelopen jaren hebben marketeers besteed aan campagnematige marketing, en meer aan de continue inboundmarketingstrategie die doorlopend gemeten wordt en gericht is op het binnenhalen en opbouwen van langdurige relaties met klanten. De definitie volgens Hubspot:

« Inbound marketing is a holistic, data-driven strategy that involves attracting and converting visitors into customers through personalized, relevant information and content –- not interruptive messages – and following them through the sales experience with ongoing engagement. »

Social media en SEO belangrijkste inboundmarketingkanalen

Uit onderstaande grafiek blijkt dat marketeers outbound marketing als steeds minder belangrijk ervaren en meer waarde hechten aan inboundmarketingactiviteiten.  Zo worden traditionele marketing, direct mail, telemarketing en events minder goed gewaardeerd en wordt er meer waarde gehecht aan sociale media, SEO en blogs. Van de outboundmarketingactiviteiten wordt alleen e-mail door 15% van de respondenten gezien als belangrijk.

Omzet of winst belangrijkste metric

Sommige marketeers zijn duidelijk gefocust op het tracken van harde cijfers die voor het management belangrijk zijn. Zoals in onderstaande grafiek te zien is, meet 15 procent van de marketeers het succes van de inboundmarketinginspanningen aan de hand van de geboekte omzet of winst. Het aantal gewonnen klanten wordt eveneens door 15 procent van de marketeers gebruikt. Het aantal nieuwe klanten wordt gevolgd door verkeer (14 procent) en leads (13 procent).

Download het rapport

Het hele rapport staat boordevol met nog veel meer info over de inzet en effectiviteit van inbound en outbound marketing. Je kunt het rapport op de site van Hubspot opvragen.

Commentaires

Welke superheld zou jij willen zijn

In een recente blogpost hier op Marketingfacts liet ik weten dat employer branding altijd nodig is, ook in tijden van schaarste op de arbeidsmarkt, wanneer kandidaten rijen dik op de stoep staan. En wanneer jouw merk goed in de markt staat, wil je natuurlijk ook de juiste marketeers vinden. Professionals die bij jouw employer brand aansluiten. In de VS stellen sommige bedrijven de gekste vragen. Welke sollicitatievragen stel jij?

Op LinkedIn gaat een blog rond met 31 'Killer' Interview Questions, geschreven door Aaron Hurst. Het is een samenvatting van reacties van lezers op een eerdere blog van de auteur. In de VS durven ze de gekste dingen aan de argeloze sollicitanten te vragen. Ondanks dat al decennia geleden wetenschappelijk bewezen is dat de validiteit van dergelijke ongestructureerde sollicitatiegesprekken vrijwel nihil is, zullen ze op zijn minst smeuïge antwoorden opleveren. Welke superheld zou jij willen zijn en waarom?

De raarste vragen

Deze soms hilarische vragen (« If you were a kitchen appliance what would you be? ») doen mij denken aan de inktvlekken uit de Rorschachtest. Deze psychologische test (geïntroduceerd in 1921) zegt aan de hand van interpretaties van inktvlekken de diepere persoonlijke karaktertrekken en impulsen van de testpersoon te kunnen uitleggen. Ik kan het niet helpen, maar ik zie altijd een platgereden kikker in die vlekken. Wat zou dat over mij zeggen?

Benieuwd naar wat wij in het calvinistische Nederland zoal aan kandidaten durven te vragen, heb ik een rondje gemaakt langs vakgenoten. Hieronder een bloemlezing.

Hoe wil je graag dat mensen jou zien?

  • Is er iets dat niemand van je weet maar dat ik eigenlijk wél zou moeten weten?
  • Wat is jouw ideale baan als je denkt in onbegrensde mogelijkheden?
  • Welke eigenschap is bepalend geweest voor je succes?
  • Wat is het spannendste dat je ooit in je leven gedaan hebt?
  • Wat zou een werkgever over tien jaar nog steeds van jou hebben onthouden?
  • Wat voor cools heb jij gedaan waar je trots op bent?
  • Welke collega zou je graag meenemen naar deze baan en waarom?
  • Naast wie zou je graag een keer in het vliegtuig willen zitten?
  • Voor welke collega had je de grootste allergie?
  • Hoe wil je graag dat mensen jou zien?

Dit zijn slechts enkele van de mogelijke sollicitatievragen jou gesteld kunnen worden. Wie weet vragen wij binnenkort ook wel naar jouw superheld, of mag je ons in twee woorden vertellen wat wij doen als bedrijf. Denk er eens over na!

Welke vraag stel jij als (potentiële) werkgever? Een van bovenstaande? Of welke gebruik je juist absoluut niet? En welke vragen vind jij als sollicitant uitermate lastig of interessant?

Credits afbeelding Rorschachtest: Wikimedia.org; afbeelding Superman: stck.xchng

Commentaires

Delen kan niet zonder vertrouwen

Het was Lisa Gansky, oprichter van Ofoto (onderdeel van KODAK, met op het hoogtepunt 65 mln gebruikers), die de toon zette tijdens het seminar van Share NL. Via een Google Hangout heeft zij met ons van gedachten gewisseld en antwoord gegeven op vragen. Met haar visie op sharing is het mij nog helderder geworden waar deze nieuwe disruptieve markt om draait.

Dirsruptie

Sociale technologie is de oorzaak van veel veranderingen. Een van de meest interessante is het openbreken van oude businessmodellen. Modellen die gebouwd zijn rond ontoegankelijke netwerken zijn bijvoorbeeld zeer kwetsbaar geworden. Er werd verdiend aan het verbinden van vraag en aanbod zonder er meerwaarde aan toe te voegen.

Door de transparantie van sociale media zijn al deze modellen op de helling komen te staan en heeft de shareconomy de kans gekregen om zich te ontwikkelen. Alle shareconomy-concepten ontlenen hun bestaansrecht aan het gemak waarop we vandaag elkaar kunnen vinden en spreken, dank aan sociale technologie.

Vertrouwen

Communicatie is de motor van elk sharing-concept en werkt alleen wanneer het gevoed wordt door vertrouwen. Gezien het bij een shareconomy niet om bezit gaat, maar om gebruik, is vertrouwen een van de belangrijkste onderdelen die bijdraagt aan het succes van een sharing-concept. Er zijn overigens twee soorten belangen te definiëren in deze markt; het belang van een bedrijf en dat van een persoon.

Voor een bedrijf geldt het vertrouwen dat er goed wordt omgegaan met de spullen of diensten die worden gedeeld. Verzekeringsmaatschappijen halen zekerheden uit afspraken die in een nieuwe economie anders worden gemaakt dan voorheen. Voor hen is bijvoorbeeld een digitale entiteit veel te kwetsbaar en brengt het teveel risico’s met zich mee, waardoor ze niet in staat zijn om diensten te leveren aan de nieuwe markt. Nieuw in deze markt is Kroodle, een verzekeraar die start bij de online entiteit van een persoon, in hun geval je Facebook-ID.

Voor personen geldt het in mindere mate, maar toch. Stel dat ik mijn huis heb aangeboden bij Airbnb, hoe kan ik vertrouwen op de eerlijkheid en integriteit van een mogelijke gast die bij mij thuis komt logeren? Hoe kun je zeker zijn dat Susan Susan is en niet Hugo?

Zonder vertrouwen gebeurt er niets.

Een manier om vertrouwen te versterken bij het opstarten van een nieuw concept, is om dat te doen met een kleine en hechte community. Verder is het belangrijk dat er altijd consistentie is in de verwachtingen die worden geschept. Wanneer dat niet gebeurt, is het afbreukrisico veel te groot en zal die community snel afbreken.

Privacy

Maar om even terug te komen op wie je in je huis toelaat, hoe kan ik hem of haar vertrouwen? Het antwoord is te vinden in privacy. Privacy is de valuta die we online gebruiken om vertrouwen te winnen. Hoe meer we van onszelf laten zien, hoe transparanter we zijn, hoe meer een onbekende geneigd is om je te vertrouwen. We moeten niet vergeten dat alle shareconomy-initiatieven in eerste instantie mensen verbindt die nog niets van elkaar weten.

Op het seminar waren veel medewerkers van sharingplatformen aanwezig: peerby.com, thuisafgehaald.nl, floow2.nl en anderen. Met de deelnemers is er door middel van een workshop gezocht naar mogelijkheden om het vertrouwen nog beter te borgen. Uit de resultaten vond ik het idee goed om de waarde van vertrouwen te verpakken in een gamification-vorm of het onderling uitwisselen van vertrouwen-checks. Het laatste zou kunnen in de vorm van een verificatie op het ID van de bezoeker van een site, tot aan het uitwisselen van reviews die bezoekers krijgen op verschillende platformen. Zo zou de ervaring over een klant bij Uber direct zichtbaar kunnen zijn op een platform als Airbnb. Zie het als een soort review van consumenten. Dit zijn overigens ideeën die zouden kunnen leiden tot nieuwe businessmodellen voor de sharing-industrie.

Marktpositie

Opmerkelijk is dat de sharing-markt in de VS enorm aan het groeien is. De reden van die groei is te herleiden uit de enorme aandacht van investeerders die kansen zien in deze nieuwe opkomende markt. Lisa gaf aan dat de markt verdeeld is in drie belangrijke groepen: verkopers van spullen net als bij Etsy, verkopers van diensten zoals bij Airbnb en het crowdfunden van nieuwe ideeën net als bij Kickstarter.

Het zijn interessante ontwikkelingen, ze veranderen het paradigma. Het feit dat we privacy moeten inleveren om betrouwbaar te worden klinkt als een paradox en in feite is dat zo. Ook onze waarden worden beïnvloed door disruptie. Zoals Lisa Gnasky zei: « The sharing economy is reshaping the way we think about value and about work.« 

Bron afbeelding: The Mesh Manifesto (pdf) via Meshing.it

Commentaires

Cookiewetgeving Hoe staat het met de implementatie in Europa

Cookiewetgeving: Hoe staat het met de implementatie in Europa?

De invoering van de nieuwe Cookiewet heeft in Nederland voor veel onduidelijkheid gezorgd. De cookiewet is een onderdeel van de Europese e-Privacyrichtlijn waarin ook bijvoorbeeld netneutraliteit wordt behandeld. In de richtlijn staat onder andere dat websites toestemming moeten krijgen van bezoekers om informatie op te slaan of op te halen op een computer of een andere web aangesloten apparaat, zoals een smartphone of tablet. Het gaat bij deze richtlijn dus niet enkel om cookies maar ook bijvoorbeeld om een techniek als fingerprinting.

De richtlijn is ontworpen voor de bescherming van online privacy van burgers in Europa. Er wordt gestreefd naar het bewust maken van de consument hoe informatie over hen wordt verzameld door websites. Om uiteindelijk de consument in staat te stellen een welingelichte keuze te maken of ze hier toestemming voor verlenen. De EU-richtlijn moet door alle EU staten geïmplementeerd worden voor 25 mei 2011. In deze update bekijken we hoe de implementatie in de belangrijkste Europese landen er voorstaat.

Deze gastblog is geschreven door Saskia Delfgaauw. Saskia is content manager bij DQ&A Media Groep. 

Nederland: Uitdrukkelijke toestemming

In Nederland is de Telecommunicatiewet aangepast overeenkomstig de bepalingen in de e-Privacyrichtlijn; de wijzigingen in de Telecommunicatiewet zijn op 5 juni 2012 in werking getreden. Websites moeten vanaf 5 juni 2012 volgens de Nederlandse wet ondubbelzinnig toestemming krijgen van hun bezoekers om niet-noodzakelijke cookies te plaatsen. Vanaf die datum gaat de vernieuwde telecomwet in. Door de wet versneld in te voeren (na reeds eerder uitstel) ontloopt Nederland een boete van de Europese Commissie vanwege het te laat opnemen van Europese richtlijnen in Nederlandse wetgeving.

Maar was is nu een noodzakelijke cookie? Uit een eerdere discussie op Marketingfacts bleek dit erg onduidelijk. De e-Privacyrichtlijn bepaalt dat de gebruiker goed moet worden geïnformeerd en op basis hiervan toestemming moet geven voor het plaatsen van cookies. De opinie van de Europese privacytoezichthouders bespreekt voor welke cookies onder bepaalde voorwaarden geen toestemming van de gebruiker nodig is. Zo is toestemming niet nodig voor het plaatsen van functionele cookies. Dit zijn cookies die strikt noodzakelijk zijn voor het leveren van een door de gebruiker gevraagde dienst,Samsung Galaxy S4 hoesjes. Denk daarbij aan cookies die nodig zijn voor het onthouden van de artikelen in een online winkelmandje.

Volgens de wet zoals deze nu is vormgegeven moeten publishers (websites) vooraf toestemming vragen voor het plaatsen van niet-noodzakelijke cookies, zoals tracking cookies van advertentienetwerken. Marktautoriteit OPTA en de CBP zijn aangesteld als de handhavers van deze wet. De onofficiële verwachting is dat vanwege beperkte mankracht de OPTA alleen grote gevallen zal aanpakken. Het CBP is alleen gemachtigd dwangsommen op te leggen.

Duitsland: huidige wet weerspiegelt reeds e-Privacyrichtlijn

De Duitse wetgever heeft nog niet bekendgemaakt hoe ze de nationale wetgeving gaan aanpassen aan de e-Privacyrichtlijn vanuit Europa. De Duitse regering heeft wel een wetsontwerp om de Duitse telecommunicatiewet te wijzigen. Deze wijziging gaat met name in op andere richtlijnen vanuit de EU. De huidige Telemediawet (Telemediengesetz) stelt dat gebruikers geïnformeerd moeten worden in het geval dat service providers gebruik maken van methoden die mogelijk de gebruiker achteraf kunnen identificeren. Voor website-eigenaren lijkt het onder de huidige wetgeving het beste om hun bezoekers te informeren over het gebruik van cookies in hun privacybeleid. De wet bepaalt ook dat gebruikers het recht hebben om het gebruik van hun gebruikersgegevens te weigeren voor het genereren van gebruikersprofielen of voor andere marketingdoeleinden. Het zijn deze gebruikersprofielen die grotendeels worden gebruikt voor online behavioral advertising.

Het probleem is dat de e-Privacyrichtlijn al toestemming vereist voordat informatie wordt opgeslagen op de apparatuur van de gebruiker. Hoogstwaarschijnlijk is dit niet vereist als de opgeslagen informatie niet is te herleiden naar een individu. De e-Privacyrichtlijn lijkt strenger te zijn dan de huidige Duitse wetgeving. Transparantie en duidelijke informatie over cookies is al een vereiste in Duitsland. Het is mogelijk dat aanvullende regels voor het gebruik van spyware en malware nodig zijn. Echter, een wijziging van het wetboek lijkt logischer dan aanvullende eisen voor toestemming.

Frankrijk: Toestemming via browserinstellingen

Frankrijk heeft nog geen wijzigingen ten gevolge van de e-Privacyrichtlijn doorgevoerd. Waarschijnlijk zal Frankrijk de doorvoering van de wijzigingen van de e-Privacyrichtlijn met betrekking tot cookies invoeren door middel van een besluit dat ook betrekking heeft op wijzigingen van andere EU-communicatierichtlijnen. Een openbare raadpleging over het ontwerp van deze aanpassing werd gelanceerd door de Franse regering, samen met de relevante Franse regelgevende instanties, zoals de CNIL (Franse gegevensbescherming).

Indien dit voorstel doorgaat in zijn huidige vorm houdt dit in dat de consument toestemming geeft door middel van passende instellingen van de browser. Indien deze toestemming is gegeven heeft de website toestemming om informatie en cookies op de apparatuur van de internetgebruiker op te slaan en te gebruiken. Tot dan moeten website-eigenaren en advertentienetwerken voldoen aan artikel 32.II van de Franse Data Privacy wet van 6 januari 1978. Op grond waarvan internetgebruikers duidelijke en volledige informatie over het gebruik van cookies en de middelen om bezwaar te maken tegen de instelling van cookies gegeven wordt.

Spanje: Voorafgaande geïnformeerde toestemming, maar browserinstellingen afdoende

Voorafgaande geïnformeerde toestemming zal nodig zijn voordat cookies worden geplaatst en gelezen in Spanje. Voor gebruikers kan dit betekenen dat ze deze toestemming verlenen door middel van het veranderen van hun browserinstellingen. Ze moeten dan hierin wel de mogelijkheid hebben om cookies van elkaar te kunnen onderscheiden, bijvoorbeeld first en third party cookies. Aangezien de meeste browsers over standaardinstellingen beschikken voor het accepteren van cookies, blijft Spanje nu afhankelijk van wijzigingen in de instellingen van browsers. De wijzigingen gaan ervan uit dat de belangrijkste cookiegebruikers, zoals reclamenetwerk providers, vrijwillige gedragscodes gaan implementeren op dit gebied. In het bijzonder moet deze code erin voorzien dat gebruikers duidelijke, volledige en gemakkelijk toegankelijke informatie over het gebruik van cookies krijgt. Tevens moet de wijze waarop de informatie wordt verstrekt en het weigeren hiervan zo eenvoudig mogelijk zijn voor de gebruiker. Dit bevordert ook de ontwikkeling van pictogrammen om aan te geven dat er cookies worden gebruikt. Website-eigenaren en reclamenetwerk aanbieders moeten voldoen aan de richtlijnen uitgegeven door het Spaanse bureau voor gegevensbescherming. Bij gebrek aan een dergelijke richtlijn moeten zij initiatieven overnemen vergelijkbaar met het Britse voorstel of andere Europese instanties voor gegevensbescherming zodra deze beschikbaar zijn.

Italië: Opt-in principe via de instellingen van software

Op 28 mei 2012 nam de Italiaanse regering het besluit aan tot uitvoering van de e-Privacyrichtlijn in Italië. In het decreet, dat in werking is getreden op 1 juni 2012, introduceerde de Italiaanse Data Protection Code (DPA) nieuwe eisen voor de aanbieders van openbare elektronische-communicatiediensten. Deze gaan in op de inbreuk van persoonsgegevens en de nieuwe bepalingen inzake het gebruik van cookies door website-exploitanten. Het decreet voorziet duidelijk in een opt-in principe om cookies te gebruiken. Het ophalen en plaatsen van informatie in de vorm van cookies is pas rechtmatig na het behalen van de toestemming van de gebruiker. Toestemming moet geïnformeerd worden gegeven. Toestemming kan worden gegeven door middel van de instellingen van een software-of andere apparaten zoals de browserinstelling. De DPA is nog niet duidelijk over hoe providers de gebruikers vooraf toestemming moeten vragen om cookies te gebruiken. De verwachting is dat de DPA de komende maanden met een aankondiging komt die hierover meer duidelijkheid verschaft.

Verenigd Koninkrijk: Impliciete toestemming

Vanaf 26 mei 2012 moeten alle Britse websites toestemming krijgen van bezoekers voor het gebruik van cookies en andere tracking-technologieën op hun website. De Britse regering heeft een update van de privacy en elektronische communicatie uitgegeven in reactie op de e-Privacyrichtlijn. De Information Commissioners Office (ICO) is in het Verenigd Koninkrijk de instantie die verantwoordelijk is voor de handhaving van de wetgeving met de bevoegdheid om website-eigenaren tot € 500.000 boete op te leggen voor ernstige inbreuken. Van sites die nu nog niet voldoen aan deze eisen wordt verwacht dat ze de vooruitgang die zij boeken en de implementatie hiervan duidelijk zichtbaar maken.

In theorie kunnen niet EU gebaseerde bedrijven door de invoering van de e-Privancyrichtlijnen toestemming krijgen voor het plaatsen van cookies die voor EU-bedrijven niet afdoende is. Dit kan de Europese online retailers en andere bedrijven nadeel opleveren.

Europese Commissie

De EU commissaris van de Digitale Agenda, Neelie Kroes, benadrukt het belang van een oplossing die geïmplementeerd is binnen de technologie zelf. Dat zou de 'Do Not Track' (DNT) browser-functie kunnen zijn, die gebruikers de mogelijkheid biedt om cookie-voorkeuren in de browser in te stellen. In plaats van voor iedere specifieke site deze toestemming te moeten verlenen. Alle website aanbieders dienen deze voorkeuren te respecteren. Google,Samsung s4 hoesjes, Yahoo, AOL, Mozilla, Microsoft, Apple en Twitter hebben reeds aangegeven mee te werken en deze DNT standaard te implementeren. Facebook heeft nog geen medewerking toegezegd.

Advertenties

Hoe ga je hier als advertentienetwerk nu mee om? Met een aantal partners kijken wij op dit moment zelf naar wat de beste technische oplossing is die voldoet aan de nieuwe wetgeving in Nederland. Tot die tijd raden wij onze partners aan dat ze hun site aanpassen zodat de informatie over het plaatsen van cookies op een apparaat gemakkelijk, toegankelijk en begrijpelijk voor de gebruikers is. Dit houdt in dat een duidelijk zichtbare link naar de informatie zeer waarschijnlijk voldoende is, echter een privacybeleid als enige bron van informatie is onvoldoende onder de huidige Nederlandse wetgeving. De toestemming van de gebruiker moet een duidelijke indicatie van zijn wensen zijn. Een pop-up scherm of een top-advertentie met duidelijke en volledige informatie en een tick-box met de keuze om wel of niet cookies te accepteren lijkt op dit moment de enige manier om te voldoen aan de nieuwe cookie wetgeving. De regelgevende instanties hebben aangegeven dat de toestemming niet vereist is voor elke individuele cookie. Zodra de gebruiker instemt met cookies van een bepaalde advertentienetwerk provider, is dit advertentienetwerk niet verplicht extra toestemming te verkrijgen voor cookies die hetzelfde doel dienen. Gebruikers moeten wel altijd de mogelijkheid hebben voor een opt-out.

Afbeelding: Jimbotfuzz (cc)

Commentaires

Innovatie in Obama #8217;s presidentscampagne – een terugblik

Vandaag vindt de inauguratie plaats van president Obama. De stof van twee inspirerende campagnes is neergedaald en de eerste boeken verschijnen over de race van 2012,iPhone 4s hoesje.  Een mooi moment om terug te kijken: een terugblik vanuit de campagnes zelf.

Deze gastbijdrage is geschreven door dr. David B. Nieborg. David (@gamespacenl) is onderzoeker, publicist en adviseur. Hij is een van de sprekers op het Nationaal Congres Onderwijs & Sociale Media, 14-17 mei 2013 in EYE te Amsterdam. Meer over het congres en het programma vindt u op www.ncosm.nl.

Beide Obama-campagnes volgde ik van binnenuit. Eerst in 2008 met als standplaats Boston. Afgelopen herfst door 5.000 mijl te roadtrippen door swing states als New Hampshire, Virginia, Florida en natuurlijk Ohio. Stoppend bij universiteiten, het hoofdkwartier van Romney en bij zoveel mogelijk van de 813 veldkantoortjes van Obama for America.

De vooruitstrevendheid van de campagne van 2008 is alom bekend.  Maar de vernuftigheid van toen valt in het niet bij de campagne van 2012. Met een budget van een miljard dollar werd binnen anderhalf jaar een campagne opgebouwd die begon met 40 betaalde staffers in Chicago en eindige met honderden specialisten (programmeurs, field directors, data-analisten, digitale strategen en graphic designers) verspreid door het hele land.

De (on)mogelijkheden van social media

Het is verleidelijk om al mediawetenschapper naar social media te wijzen als de doorslaggevende factor bij de winst van Obama. Was het maar zo simpel. Ik ben erg gevoelig voor de argumentatie van internetcritici zoals Evgeny Morozov. In zijn nog te verschijnen boek « To Save Everything,iPhone 5 hoesjes, Click Here: The Folly of Technological Solutionism » waarschuwt hij voor 'internetcentrisme' in politieke campagnes. Morozov is buitengewoon kritisch over het idee dat sociale media, het web of online video de oplossing zijn voor alle grote problemen. En al helemaal dat het aantal Twittervolgers of Facebookvrienden bepalen wie de president van Amerika wordt.

Social media (Twitter, Facebook, Thumblr en zo je wilt Youtube) waren absoluut een van de pijlers van Obama's campagne. Zo fungeerde Twitter als online spinroom om toespraken, debatten en blunders van de tegenstanders tot memes te maken. Van Clint Eastwood-grappen tot « Binders Full of Women« , Twitter fungeerde als de onverbiddelijke politieke barometer. Toch zo'n 11% van de Amerikaanse TV-kijkers maakte gebruik van het tweede scherm.

Twitter is onmisbaar gereedschap voor campagnestrategen. Bijvoorbeeld om nieuwe aanvallen of 'frames' te testen. Zo probeerde de Obama-campagne tijdens het eerste debat Romney af te schilderen als testy (geïrriteerd). Het bleef niet echt plakken. Wat wel bleef plakken was de Big Bird-meme: de terloopse opmerking van Romney om Pino af te serveren bleek uitermate deelbaar en paste goed bij het frame van Romney als een ijskoude plutocraat. Zo zag ik begin oktober bij een toespraak van Obama in Ohio handelaren een mooie boterham verdienen met Pino-buttons. De Pino-meme laat goed zien hoe lastig memes en trending topics te sturen zijn, maar ook hoe je bottom-up thema's voortkomen uit bestaande frames.

Drie opvallende zaken

Je kan een boek (of twee) volschrijven over het effectieve gebruik van Twitter en Facebook. Maar hoe spannend, grappig, leerzaam en innovatief het gebruik van social media ook deze campagne weer was, het was een serie andere toepassingen en gebeurtenissen die mij nog veel meer verbaasden en inspireerden. Drie zaken die mij terugkijkend op afgelopen herfst extra opvielen.

Het eerste TV-debat

De Amerikaanse presidentscampagne van 2012 begon pas echt begin oktober. Toen vond het eerste televisiedebat plaats in Denver. En een van de leukste dingen van Amerikaanse campagnes op de grond volgen is het enthousiasme van de Amerikanen. De Obama-campagne heeft hier slim op ingespeeld door vrijwilligers zich zo decentraal mogelijk te laten organiseren. Dat is goed gelukt met de organisatie van 358.000 offline events en 1,1 miljoen RSVP's.

Ten tijde van het eerste debat verbleef ik in Boston. Op Barackobama.com gaf ik mij op voor een van de 450+ debate watching parties in de stad. De keuze was simpel: de lokale tak van Tech4Obama gaf ook een feestje. En zo stond ik bier te drinken tech-grootheden als Bijan Sabet, David Weinberger en Susan Crawford. 

Het feestje zou nog veel leuker zijn geweest als Obama niet zo verschrikkelijk zou hebben gefaald. Al tijdens het debat nam de houding van mijn mede-nerds begrafenisachtige proporties aan. Niet alleen bleek Romney een niet-onsympathieke man te zijn die wel degelijk plannen had, Obama's lichaamshouding schreeuwde: « Ik heb geen tijd voor deze BS« . En dat zou allemaal niet zo erg geweest zijn als het eerste grote debat niet 67,2 miljoen Amerikaanse kijkers zou hebben getrokken. Het was het tweede best bekeken politieke campagne evenement ooit.

De gevolgen waren nog veel groter dan iemand in Obamaland had voorzien. Maandenlang blaakte Team Obama van het zelfvertrouwen en in de peilingen was er een comfortabele voorsprong. Allerlei innovatieve tools waren die zomer ingezet om de kiezers in swing states bekend te maken met Romney-de-multimiljonair. Dat beeld werd met één TV-optreden om zeep geholpen.

Een week lang was de Obama-campagne even volledig het spoor bijster. Overal waar ik kwam, waren vrijwilligers geschrokken en soms zelfs boos: « Wij zijn al maanden voor hem aan het werk en hij kan het niet opbrengen zich te concentreren voor een debat? »

Zelf had ik het gevoel even weer met de neus op de feiten te zijn gedrukt. De impact van TV bij grote gebeurtenissen zoals presidentscampagnes wordt niet minder, maar lijkt alleen maar toe te nemen. In een versnipperd medialandschap met een totale overdaad aan meningen en informatie waren de debatten even de grote gemene deler.

Fondsenwerving via e-mail

Die honderden betaalde staffers en de miljoenen dollars aan TV-spotjes moesten toch ergens van betaald worden. Belangrijkste wapen? Net als in 2008 was dat e-mail.

Praat je met Nederlanders over e-mail dan gaat het al snel over 'nieuwsbrieven' en 'bedelmails'. Als ik tijdens de laatste Nederlandse verkiezingen al campagnemails ontving, dan waren het lange, slecht vormgegeven epistels met een overdaad aan informatie. Uit niets blijkt dat nagedacht is over hoe wij gewone stervelingen in het dagelijkse leven e-mail gebruiken. Iedereen krijgt teveel e-mail en dus wil je korte, persoonlijke, heldere berichten. Zonder pagina's tekst. Of met een waslijst aan informatie over wat een campagne gedaan heeft die dag.

Hoe anders loopt de gesmeerde e-mailmachine van Obama. Voorzien van een duidelijke call-to-action wordt er steun gevraagd door Michelle Obama, Joe Biden en Barack zelf natuurlijk.

Klik voor een grote weergave.

Geëxperimenteerd werd er volop. Elke e-mail werd eerst uitgezonden naar 18 verschillende testgroepen. Vervolgens werd aan verschillende doelgroepen e-mail geserveerd met een breed scala aan onderwerpen, verschillen in aanhef en afzender. Mijn persoonlijke favorieten kwamen van National Finance Director Rufus Gifford. Ik opende meteen zijn e-mails met onderwerpen als: « I am just so happy« . Om daar aan toe te voegen: « If you're proud of our president, this is a great time to make a donation to the campaign« .

Klik voor een grote weergave.

En Rufus had reden om blij te zijn. Een « slechte » fondsenwerfe-mail bracht een half miljoen op, de toppers 2,5 tot 3 miljoen. Mede dankzij het continue A/B-testen en het steeds gerichter kunnen mailen door het gebruik van rijke profielen werd het aantal 'slechte' e-mails steeds minder richting begin november.

Decentrale mobilisatie

Nog meer dan e-mail, social media en alle andere gekkigheid is er een ding dat in de laatste dagen diepe indruk op mij heeft gemaakt. Ik verbleef begin november in Florida. In Broward County om precies te zijn, een belangrijke gebied voor de Democraten waar zoveel mogelijk stemmen verzameld moeten worden om tegenwicht te bieden tegen de meer conservatieve delen van de staat.

Op de dag voor de verkiezingen hielp ik mee met GOTV (get-out-the-vote)-activiteiten. De laagdrempeligheid om hier aan mee te doen is indrukwekkend. Eenmaal ingelogd op de campagnesite kon ik mij meteen opgeven voor een aantal shifts in de ochtend, middag of avond. Aangekomen in het stembureau werd ik onthaald door een 'comfort captain' die na een enthousiast welkom en na het aanbieden van een donut en flesje water vroeg: « Are you available for another shift today or tomorrow? » De angst bij de Democraten om net als in 2004 de staat met een paar honderd stemmen te verliezen zat heel, heel diep.

Klik voor een grote weergave.

Vervolgens kreeg ik een clipboard en mocht ik, in wat Nederlanders een kansenwijk zouden noemen, Democratische kiezers persoonlijk vragen of ze al hadden gestemd. En zo niet, of ze wisten waar ze dat moesten doen. Gezien de complexiteit van stemmen in Florida en de constant veranderende stemlocaties was mijn werk absoluut van betekenis.

De effectiviteit van het GOTV-proces (deuren kloppen, mensen bellen, enthousiasmeren, informatie over kiezers verzamelen, mensen naar de stembus rijden) kreeg in 2012 een schop onder de kont door de Dashboard-tool. De hele fysieke infrastructuur van de campagne, van veldkantoortjes tot clipboards, was gegoten in een verbluffende toegankelijke en effectieve tool die vrijwilligers via de tool anderen liet bellen, evenement organiseren en fondsen werven. Het was zelfs mogelijk om als er in de eigen wijk nog geen Obama-organisatie was een volledig nieuw team op te zetten. Dit team kon vervolgens online opgeleid en ingezet worden.

Klik voor een grote weergave.

In theorie klinkt het aardig, decentrale organisatie van vrijwilligers. Maar om het op zo'n grote schaal met zoveel effectiviteit in actie te zien was verbluffend. Twee miljoen vrijwillgers draaiden een dienst in 2012. Tachtig procent meer dan in 2008.

2016

Kijkend naar Nederlandse politieke campagnes lijkt de Obama-campagne uit een ander universum te komen. Misschien is het een oneerlijke vergelijking. Maar zelfs een gemiddelde Amerikaanse senaatscampagne in 2012 loopt lichtjaren voor op onze campagnes. Zij hebben profijt van de enorme kennis en investeringen in campagnetechnologie, maar vooral mensen.

Een groot deel van de successen, van de ruwweg 100.000 stemmen verschil in Ohio en Florida waar Obama mee won in 2012, zijn niet alleen toe te schrijven aan slimme technologie, maar vooral ook aan (organisatie)cultuur. Onder leiding van Jim Messina kregen getalenteerde organisatoren, programmeurs, data-analisten, designers en strategen de ruimte om grenzen op te zoeken en te verleggen. Maar altijd met als doel mobiliseren, overtuigen en het ophalen van honderden miljoenen dollars. Als Obama voor de tweede keer ingezworen wordt, is het de slogan die Messina vrijwilligers voorhield waar ik aan zal denken: « Respect. Empower. Include. Win.« 

Credits afbeelding: dbking (CC)

Commentaires

Ontkracht 10 SEO-mythes anno 2014

Ja, dat lees je goed. 2014. En nee, ik ben niet helderziend. In januari presenteerde ik bij Bol.com (slides) al eens over diverse SEO-mythes en ik merk dat ze allemaal nog steeds de ronde doen. Ik durf het dus zeker aan om te stellen dat onderstaande SEO-mythes in 2014 nog steeds rondgaan. En ik zal uitleggen waarom het mythes zijn: gangbare, maar ongegronde opvattingen.

In het vakgebied van zoekmachine-optimalisatie (SEO) doen veel mythes de ronde. Dat is op zich ook logisch, omdat we nu eenmaal te maken hebben met een ‘black box’: het algoritme van zoekmachine Google (en andere zoekmachines). Maar in mijn dagelijkse praktijk als adviseur merk ik al jaren dat deze mythes leiden tot misverstanden, verkeerde keuzes of zelfs negatieve SEO-resultaten. 

Hieronder 10 SEO-mythes – in willekeurige volgorde – die ik nog steeds regelmatig hoor terugkomen. Sommige al meerdere jaren, sommige recenter. En natuurlijk waarom de mythes ongegrond verklaard kunnen worden. 

1. Google vindt m’n pagina’s wel, ik hoef niks te doen

De definitie

Google is steeds beter geworden in het vinden van (nieuwe) websites en webpagina’s, hoofdzakelijk met de zoekmachinerobots.

De mythe

Met de explosieve groei van de hoeveelheid informatie op het web, zorgt Google natuurlijk ook voor meer capaciteit (rekenkracht, opslagruimte, crawl-capaciteit, etc.). Met deze sterk toegenomen en  groeiende capaciteit van Google zou je kunnen denken dat Google jouw nieuwe of aangepaste website of webpagina eenvoudig vindt.

Maar dat is lang niet altijd het geval.

De mythe ontkracht

Een voorbeeld uit de praktijk: voor een opdrachtgever stond een website al geruime tijd live (langer dan een jaar). Google had veel pagina’s gevonden en geïndexeerd, maar er waren nog steeds veel pagina’s niet geïndexeerd (ondanks dat Google de pagina’s in theorie wel kon vinden via interne links).

We onderzochten het gedrag van de Googlebot om eerst vast te stellen of de betreffende pagina’s überhaupt gecrawld werden. Dat bleek niet het geval. Pas na het toevoegen van een XML-sitemap zagen we dat de pagina’s keurig gecrawld en geïndexeerd werden.

Afbeelding 1: crawling Googlebot na toevoegen XML sitemap (bron: interne tool OrangeValley)

Afbeelding 1: crawling Googlebot na toevoegen XML sitemap (bron: interne tool OrangeValley)

Elk puntje in afbeelding 1 is een crawl van Googlebot. Het is duidelijk te zien dat na implementatie van de XML-sitemap een aantal pagina's gecrawld werden. Dat leidde binnen korte tijd tot een verdubbeling(!) van bezoekers uit SEO.

2. Hoe hoger m’n PageRank, hoe hoger m’n ranking

De definitie

Google geeft elke pagina/url op internet een ‘rapportcijfer’ op een schaal van 1 tot 10, Google PageRank genaamd. De PageRank-score is overigens al sinds februari 2013 niet meer is geactualiseerd en het voortbestaan (in de buitenwereld) lijkt op losse schroeven te staan – maar Google gebruikt het intern nog dagelijks in het algoritme.

De mythe

Ik hoor nog regelmatig mensen beweren dat een hoge PageRank zorgt voor hoge rankings in de zoekresultaten. En dat links van websites alleen wat waard zijn als de pagina/site PageRank heeft. Dat is absoluut een mythe.

De mythe ontkracht

Je kunt zelf eenvoudig controleren of de webpagina’s met de hoogste PageRank ook de hoogste posities in de zoekresultaten innemen.

Kijk eens naar dit voorbeeld:

Afbeelding 2: voorbeeld van PageRank score per zoekresultaat (Google.nl, januari 2013)

Afbeelding 2: voorbeeld van PageRank score per zoekresultaat (Google.nl, januari 2013)

Het is duidelijk te zien dat pagina’s met een hoge PageRank absoluut niet altijd hoog scoren.

3. Exact match-domeinen werken niet meer

De definitie

Wanneer een domeinnaam exact overeenkomt met een zoekopdracht, wordt dit een ‘exact match domain’ (EMD) genoemd. Bijvoorbeeld voor de zoekterm ‘vliegtickets new york’ is www.vliegticketsnewyork.nl een exact match-domein.

De mythe

In september kondigde Google (via Twitter) aan dat exact match-domeinen van lage kwaliteit lager zouden gaan scoren in de zoekresultaten, ook wel bekend als de ‘EMD-update’ (zie ook dit Marketingfacts-artikel).

De mythe ontkracht

Door zelf een aantal zoekopdrachten uit te voeren, weet je snel genoeg of (lage kwaliteit) exact match-domeinen nog steeds scoren. Sterk gerelateerd aan exact match-domeinen zijn 'partial match'-domeinen (PMD): de domeinnaam bevat een gedeelte van de focus-zoekterm.

Een paar voorbeelden van dit soort domeinen,Galaxy s4 hoesjes, waarbij met name partial match-domeinen veel terug te vinden zijn op een competitieve zoekterm:

Afbeelding 3: voorbeeld van een paar (te) goed scorende exact & partial match domeinen (Google.nl, november 2013)

Afbeelding 3: voorbeeld van een paar (te) goed scorende exact & partial match domeinen (Google.nl, november 2013)

Ik zie de zoekresultaten langzaam en met kleine stapjes wel verbeteren, maar zoals je ziet is Google’s belofte nog lang niet waargemaakt. In ieder geval niet in Nederland (dat voor Google simpelweg ook een minder belangrijk taalgebied is). Natuurlijk zijn zeker niet al deze sites van lage kwaliteit, maar ik zie dagelijks veel voorbeelden van EMD’s en PMD’s die echt van zeer lage kwaliteit zijn.

4. Duplicate content wordt afgestraft

De definitie

Wanneer dezelfde, of identieke content, te vinden is op meerdere locaties (URL’s), dan is er sprake van ‘duplicate content’. Dat geldt zowel binnen een website als tussen meerdere websites. Google en andere zoekmachines streven ernaar nooit dezelfde content meerdere keren terug laten komen in de zoekresultaten. Google geeft zelf aan:

“…Google streeft ernaar pagina's met verschillende gegevens te indexeren en weer te geven.…”

De mythe

Veel mensen denken dan ook dat duplicate content een straf of ‘penalty’ oplevert van Google. Dat wil zeggen dat jouw website op een lagere positie in de zoekresultaten wordt geplaatst.

De mythe ontkracht

Allereerst levert duplicate content nooit een penalty op (zie de volgende mythe). Alle andere wijzigingen in de positie van jouw website in de zoekresultaten gaan automatisch via een algoritme. Dat geldt dus ook voor duplicate content. Ten tweede wordt dezelfde, en met name identieke, content op meerdere url's lang niet altijd uit de zoekresultaten gefilterd.

Kijk hier maar eens naar:

Afbeelding 4: duplicate content in de zoekresultaten (Google.nl, 2012)

Afbeelding 4: duplicate content in de zoekresultaten (Google.nl, 2012)

En kijk vervolgens eens naar deze websites:

Afbeelding 5a: website 1

Afbeelding 5b: website 2

Zoek de verschillen ;-)

Natuurlijk is dit een extreem voorbeeld. En, om eerlijk te zijn, dit voorbeeld stamt uit 2012. Maar het geeft wel mooi aan dat duplicate content lang niet altijd uit de zoekresultaten gefilterd wordt.

Het is eigenlijk altijd nodig om iets aan duplicate content te doen. Dat zal je vindbaarheid alleen maar verbeteren. Maar je hoeft nooit bang te zijn voor een straf of ‘penalty’ wanneer er wel sprake is van duplicate content.

5. Help, m’n site heeft een Google penalty!

De definitie

Google neemt soms handmatige acties – een penalty – tegen websites die technieken gebruiken tegen de richtlijnen (spam). Dit kan een verlaging of in het meeste extreme geval een verwijdering uit de zoekresultaten zijn.

Een recent voorbeeld begin deze maand van een zeldzame penalty in Nederland is hier op Marketingfacts ook behandeld: “Nederlandse merken ‘beboet’ door Google voor twijfelachtige SEO-praktijken”.

De mythe

Stel je voor: je ziet de volgende grafiek in je webstatistieken:

Afbeelding 6: voorbeeld terugval aantal bezoekers uit Google

Afbeelding 6: voorbeeld terugval aantal bezoekers uit Google

Auch.

Dan schrik je natuurlijk.  Heel vaak hoor ik mensen dan roepen: “ik heb een penalty van Google!”. Meestal is dat echter niet het geval. Een penalty is namelijk altijd een handmatige actie van Google en dat wordt heel weinig toegepast.

De mythe ontkracht

Tot nu toe was het vaak lastig om te achterhalen of je een penalty had of niet. Al was het in een paar gevallen eenvoudig de afgelopen 2 jaar, namelijk met de Google Panda-algoritme-updates en Google Penguin-algoritme-updates. Hiervan zijn de updatedatums namelijk bekendgemaakt door Google (al zijn ze daar met het Panda-algoritme mee gestopt en ik verwacht dat dit met het Penguin-algoritme ook zal gebeuren).

Een voorbeeld hiervan:

Afbeelding 7: voorbeeld van websites die “geraakt” zijn door de Google Panda update (Searchmetrics, oktober 2011)

Afbeelding 7: voorbeeld van websites die “geraakt” zijn door de Google Panda update (Searchmetrics, oktober 2011)

Hier is duidelijk te zien dat een aantal sites fors terug is gevallen in hun organische vindbaarheid na de wereldwijde uitrol van het Google Panda-algoritme in augustus 2011. In dit geval is er dus geen sprake van een penalty, maar gewoon een automatische algoritmeverandering.

Hoe weet je of je een penalty hebt? Dat is tegenwoordig heel eenvoudig: Google vertelt het je. Sinds augustus 2013 vindt je dat terug in Google Webmaster Tools. Meestal zal je hier dus niets zien, ook al zie je een teruggang in je SEO-resultaten. En dan zul je gewoon hard moeten werken en je houden aan de Google-richtlijnen.

6. Footer links werken niet meer

De definitie

Footer-links zijn een lijstje links die onderaan elke pagina van een website staan. Dit aparte blok onderaan elke pagina wordt footer genoemd.

De mythe

Er zijn diverse mensen die beweren (voorbeeld) dat footer-links niet meer werken voor SEO. Met name ook naar aanleiding van uitspraken van Google, zoals: “We’ve done a good job of ignoring boilerplate, site wide links”. Ook de ‘page layout’-algoritme-update toont aan dat Google herkent op welke positie content en links op een pagina staan (voor bezoekers!).

De mythe ontkracht

In de praktijk zie ik echter dat footer-links nog steeds een waarde kunnen hebben. Kijk bijvoorbeeld eens naar de volgende cijfers van het aantal (Googlebot-)crawls:

Afbeelding 8: aantal Googlebot crawls na het toevoegen van footer links (bron: interne tool OrangeValley)

Afbeelding 8: aantal Googlebot-crawls na het toevoegen van footer-links (bron: interne tool OrangeValley)

Nu denk je natuurlijk: “Ja, Eduard, dat is logisch. Je hebt meer links toegevoegd, dus worden er ook meer crawls geregistreerd.” Dat klopt. Maar dan moet je ook weten dat de pagina’s waarnaar gelinkt is, gestegen zijn van buiten de top-10 naar top-3-posities.

Belangrijk om te weten, is dat de footer-links alleen toegevoegd zijn op relevante pagina’s. Dus het betreft hier geen footer-links die op elke pagina van de hele site staan.

7. Keyword-linkteksten worden afgestraft

De definitie

De ‘anchor text’ of linktekst is de tekst waarmee naar een andere pagina gelinkt wordt. Een ‘keyword-linktekst’ bevat hoofdzakelijk woorden die overeenkomen met een belangrijk SEO-keyword.

De mythe

Nadat Google sinds 2012 regelmatig een Penguin-algoritme-update doorvoert en na de gewijzigde ‘linkbuilding’-richtlijnen afgelopen zomer, heerst er in SEO-land de opvatting dat linkteksten met keywords niet meer werken en worden afgestraft.

De mythe ontkracht

Je kunt zelf eenvoudig de zoekresultaten op aantal keywords analyseren met behulp van een linkanalysetool (zoals Open Site Explorer of Majestic SEO). Dan zie je bijvoorbeeld de volgende grafieken terug:

Afbeelding 9: voorbeeld van websites die goed scoren waarvan belangrijke keywords in linkteksten voorkomen (november 2013)

Afbeelding 9: voorbeeld van websites die goed scoren waarvan belangrijke keywords in linkteksten voorkomen (november 2013)

Er zijn natuurlijk veel factoren die de ranking bepalen, dus het is absoluut te kort door de bocht om te concluderen dat dit door keywords in linkteksten komt. Maar het mag ook geen toeval genoemd worden dat de hoog scorende sites ook hoog scoren in aantallen links waarvan de anchor-tekst het belangrijkste keyword bevat.

8. Cloaking werkt niet meer

De definitie

Wanneer je een zoekmachine iets anders toont dan een bezoeker, dan heet dat “cloaking”. Dat is al jaren tegen de richtlijnen van Google en andere zoekmachines.

De mythe

Cloaking is een oude spamtechniek die al jaren wordt toegepast. Met de jaren is Google steeds beter geworden in het automatisch herkennen en eruit filteren van dit soort spamtechnieken. Er heerst dan ook de opvatting dat cloaking geen zin meer heeft en niet meer werkt. Google geeft zelf ook aan: “Cloaking is High Risk”.

De mythe ontkracht

Allereerst moet ik zeggen dat Google ook echt beter is geworden in het automatisch herkennen van cloaking. Maar ik zie nog steeds dat er af en toe cloaking tussen de zoekalgoritmes doorglipt.

Een voorbeeld uit begin 2013:

Afbeelding 10: voorbeeld van een website die er op het eerste gezicht normaal uitziet

Afbeelding 10: voorbeeld van een website die er op het eerste gezicht normaal uitziet

Maar als je verder kijkt, dan zag je dat er geoptimaliseerd tekst verborgen was:

Afbeelding 11: maar, wanneer je verder kijkt, is er SEO geoptimaliseerde tekst verborgen

Afbeelding 11: maar, wanneer je verder kijkt, is er SEO geoptimaliseerde tekst verborgen

Daarbij werd er nog een tweede truc gebruikt, waarbij een eerder gebruikt domein werd ingezet om deze site te boosten. En het (eerder gebruikte domein) scoorde binnen de korte keren hoog in Google.nl:

Afbeelding 12: voorbeeld van cloaking dat hoog scoorde in Google.nl

Afbeelding 12: voorbeeld van cloaking die hoog scoorde in Google.nl

Je moet weten dat dit er misschien 2 dagen zo heeft gestaan. Het werd namelijk snel opgemerkt, aangegeven bij Google en de site kreeg een penalty. De cloaking was dus kort effectief, maar het gaat mij erom dat dit soort dingen er anno 2013 nog steeds tussendoor glippen en zeker (nog) niet altijd automatisch herkend en verwijderd worden. Ook internationaal zijn daar recente voorbeelden van.

Op dit moment gebruikt de site uit bovenstaand voorbeeld overigens niet meer de cloaking-techniek.

9. Social media zijn noodzakelijk voor toppositie

De definitie

Social media zijn alle platformen waar mensen met elkaar communiceren, waarvan social networks een grote en belangrijke groep zijn.

De mythe

Op bijna elk blog dat over SEO schrijft, is wel terug te lezen dat social media belangrijk zijn en belangrijker worden voor je organische vindbaarheid. Ook diverse recente onderzoeken geven een correlatie aan tussen socialmediaplatformen en hoge rankings.

De mythe ontkracht

Allereerst kun je zelf eenvoudig naar diverse zoekresultaten kijken en analyseren of er veel socialmedia-activiteit is geweest voor de pagina’s die hoog scoren. Ook al analyseer je dan de correlatie (en niet causatie), dan kun je toch snel zien dat er veel pagina’s hoog scoren zonder actief te zijn op social media.

Kijk bijvoorbeeld eens naar dit voorbeeld:

Afbeelding 13: voorbeeld van pagina’s die hoog scoren zonder veel social media activiteit

Afbeelding 13: voorbeeld van pagina’s die hoog scoren zonder socialmedia-activiteit

Natuurlijk worden social media steeds belangrijker in de zoekalgoritmes. Maar absoluut gezien weegt het op dit moment lang niet zo sterk mee als vele andere factoren.

10. Infographics zijn waardeloos voor linkbuilding

De definitie

Infographics zijn visuele (re)presentaties van data. De laatste paar jaar is dit medium veel gebruikt met het doel er links mee te realiseren.

De mythe

In juli 2012 gaf Google aan dat links van infographics wellicht binnenkort niet meer mee zouden tellen voor je SEO-resultaten. In augustus van dit jaar sprak Google een advies uit om links van infographics nofollow te maken.

De mythe ontkracht

Ondanks dat er veel infographics van beroerde kwaliteit gemaakt worden, zijn er zeker voorbeelden te vinden van succesvolle infographics. Succesvol wil wat mij betreft primair zeggen dat de visualisatie functioneel is in het uitleggen van complexe of grote hoeveelheden informatie. Dat dit vervolgens links oplevert die je SEO helpen,Samsung s4 hoesjes, moet wat mij betreft een bijeffect zijn.

Een mooi voorbeeld hiervan is de visualisatie van de schuld van de VS (en jawel, weer een link!). Kijk maar eens naar de cijfers:

Afbeelding 14: aantal links naar de infographic over de visualisatie van de schuld van de VS

Afbeelding 14: aantal links naar de infographic over de visualisatie van de schuld van de VS

Naast de zeer grote aantallen shares op social media levert dit ook een groot aantal links op.

11. …Jouw SEO-mythe…

Dit is natuurlijk niet bedoeld als een complete lijst met mythes. Ik kan er zo nog een aantal uit m’n dagelijkse praktijk opnoemen, zoals dat Google AdWords invloed heeft op SEO, dat het linken naar andere sites slecht voor je SEO is, etc. etc.

Welke SEO mythes kom jij regelmatig tegen, waarvan je denkt dat ze in 2014 nog de ronde doen? Ik verzamel bovenstaande en andere mythes op een centrale plek (m.b.v. Google Moderator). Voeg hier jouw SEO-mythes toe of stem op andere mythes!

Commentaires

Steam Controller Valve change le design de la manette de jeu

Dévoilé en parallèle des fameuses Steam Machines, le Steam Controller est prévu pour être la manette de jeu de ces véritables PC de salon. Le contrôleur imaginé par Valve a bousculé les habitudes des joueurs, puisqu’il est question de deux surfaces tactiles à la place de croix directionnelles et autres sticks analogiques.

Steam Controller - montageEt pourtant, le constructeur a dû revoir son design, de sorte à s’adapter plus aisément à la plupart des jeux vidéo du marché. Aussi, il a été confirmé que le Steam Controller arborera finalement plusieurs boutons en supplément : quatre boutons similaires à celui d’un pad Xbox, quatre touches directionnelles, ainsi que des actions Stop,custodia iPhone 5, Play et Home.

Bien évidemment, ces touches seront entièrement programmables dans les jeux, permettant ainsi une très grande flexibilité. Ce nouveau modèle de Steam Controller sera présenté plus en détails dans le cadre de la GDC 2014 qui se tient cette semaine à San Francisco.

Steam Controller - ancien Steam Controller - nouveau&nbsp,Custodia Galaxy S3;

Steam Controller : ancien design à gauche / nouveau design à droite


style="display:inline-block;width:100%;"
data-ad-client="ca-pub-6082665093857218"
data-ad-slot="6796544705"
data-override-format="true">

Commentaires

Nieuwste versie van Google Goggles vertaalt tekst uit foto’s

Nieuwste versie van Google Goggles vertaalt tekst uit foto's

Gebruikers van Android-telefoons opgelet: Google heeft een nieuwe versie van het visuele zoekgereedschap Goggles gelanceerd. Waar Goggles’ eerste versie objecten, boekcovers, kunstwerken en logo’s kon herkennen en koppelen aan een Google zoekopdracht, gaat het programma nu een stapje verder. De nieuwste versie herkent namelijk teksten op een foto en kan die direct vertalen.

Tijdens het Mobile World Congress in Barcelona, afgelopen februari, liet Google CEO Eric Schmidt al een prototype van deze nieuwe functie zien, die op dat moment alleen nog maar Duits naar Engels wist te vertalen.

In februari durfde Schmidt nog niet te vertellen wanneer deze nieuwe functionaliteit gelanceerd zou worden, maar intussen is de nieuwe versie van Goggles te downloaden in de Android Market. 

De vertaal functie werkt eenvoudig: neem een foto van een tekst en selecteer het gedeelte dat je wil laten vertalen. Met een druk op de knop wordt de geselecteerde tekst dan vertaalt. Naast de vertaalfunctie heeft Google ook een verbeterde functionaliteit toegevoegd voor het scannen van streepjescodes en logo-herkenning. 

De nieuwe Goggles is te downloaden in de Android Market en vertaalt voor nu teksten uit het Engels, Frans, Duits, Italiaans en Spaans.

 

Commentaires

Facebook onmisbaar in mobiele strategie

Dat het gebruik van smartphones en tablets toeneemt, is geen geheim. Ruim 72 procent van de Nederlandse consumenten is in het bezit van een smartphone of een tablet. Hiermee wordt het belang van een multi-screen-strategie onderstreept. Dit is een trend die organisaties en ook marketeers ook zien. Bij veel organisaties is mobile nog nauwelijks geïntegreerd in de marketingmix. De grotere sociale netwerken zien deze trend ook en genereren al een groot gedeelte van hun omzet uit mobile door adverteerders tools aan te bieden waarmee zij de consument kunnen bereiken. Onlangs bracht Facebook het bericht naar buiten dat mobiele devices verantwoordelijk zijn voor 53 procent van de inkomsten. Dit gedrag biedt veel mogelijkheden voor de marketeer, maar welke mogelijkheden zijn dit dan en hoe zet je ze in?

Mobile advertentievormen Facebook

Al deze cijfers spreken boekdelen, maar wat betekent dit dan voor de marketeer? Laten we het concreet maken. Het advertentiemodel van Facebook schuift langzamerhand naar een mobiel advertentiemodel. Facebook maakt het steeds makkelijker voor de marketeer om via advertenties als app installs of page like ads consumenten te bereiken. Hieronder een overzicht van de mogelijke advertentievormen die geschikt zijn voor mobiel. Sommige advertentievormen zijn al eerder de revue gepasseerd, maar voor de volledigheid noem ik ze toch.

« Ruim 72 procent van de Nederlandse consumenten is in het bezit van een smartphone of een tablet. »

Page like ads

Page like ads zijn uitermate geschikt om de doelgroep via de smartphone of tablet te wijzen op het bestaan van een fanpagina van een organisatie. Houd er rekening mee dat de tekst wordt afgekapt na negentig tekens. De afbeelding die je wilt gebruiken, moet minimaal 560 x 210 pixels zijn. Is je afbeelding kleiner, dan wordt de afbeelding als een kleinere versie getoond en dat is zonde.

Page posts ads

Om meer engagement op de fanpagina te krijgen, kun je als bedrijf de berichten op je timeline promoten richting specifieke doelgroepen. Dit kunnen video's, foto's, statusupdates of linkjes zijn. Houd hier ook rekening met de minimale afmetingen van afbeeldingen. Facebook heeft een volledig overzicht gemaakt van de minimale eisen, de afmetingen willen nog weleens veranderen.

Page post link ads

De page post link ad wil ik even apart uitlichten. Deze advertentie is het meest geschikt om verkeer naar je website te genereren. Sinds kort is het ook mogelijk om een call-to-action-button bij een dergelijke advertentie te plaatsen. We zien dat dit een positief effect heeft op de verhouding klikken op de uiting en 'inline link clicks'. Inline link clicks zijn klikken die direct naar de bestemmingspagina worden gestuurd. Men kan namelijk ook nog steeds naar de fanpagina klikken of het bericht liken. Deze worden ook geteld als clicks.

Offer ad

Halverwege 2013 kondigde Facebook al aan dat zij hun advertentiemodel zouden versimpelen. Dit zou ook betekenen dat de online offer zou verdwijnen. De offline offer zou nog wel beschikbaar zijn. Alleen niets is minder waar: je kunt online offers nog steeds gebruiken! Je kunt de offer namelijk nog steeds aanmaken vanuit de Power Editor. Dit doe je door een unpublished post aan te maken en voor de offer-optie te kiezen. Een voordeel van een offer is het potentiële virale effect door de offer te claimen. Dit is ook gelijk een nadeel, omdat je een stap toevoegt aan het aankoopproces.

Mobile app ad

De mobile app ads is in mijn ogen een van de mooiste ontwikkelingen op het gebied van mobile marketing. Heb je als organisatie een iPhone-, iPad- of Android-app, dan kun je deze via Facebook mobiel verspreiden en aanjagen. Mensen kunnen de app direct installeren vanuit de advertentie. Door te testen met verschillende afbeeldingen en call-to-actions kun je de resultaten daarnaast optimaliseren.

Onlangs is het ook mogelijk geworden om de mobile app ad te promoten in combinatie met een video. Een mooie manier om een stukje branding te combineren met direct response.

Het implementeren van de Facebook SDK, een manier om onder andere de downloads door te meten, is wel sterk aan te raden. Doe je dit niet, dan ben je nog steeds aan het schieten met hagel.

Mobiel app re-engagement

Hierboven noemde ik al dat ik erg enthousiast ben over de mobile app ad. Ik ben nog enthousiaster over de mogelijkheid tot app re-engagement. Eigenlijk is dit een vorm van retargeting, maar dan in een app. Op basis van de acties die mensen in de app doen (of niet doen) kun je groepen opbouwen. Denk bijvoorbeeld aan gebruikers van de app die al 2 weken de app niet hebben gebruikt. Om gebruik te kunnen maken van app re-engagement moet de Facebook SDK geïmplementeerd worden in de app.

Mobiel targeten

Ik zal niet alle vormen van targeting noemen die mogelijk zijn op Facebook, want dan wordt deze blog te lang. Naast native targeting (leeftijd, geslacht, etc) en broad categories (ouders met jonge kinderen, gamers, travel intenders, etc) wil ik graag een aantal nieuwere mogelijkheden van targeting uitlichten. Mogelijkheden die in mijn ogen uitermate geschikt zijn voor een mobiele strategie op Facebook. 

Custom audiences

In een eerder artikel heb ik al geschreven over custom audiences (CA) en de mogelijkheden die deze vorm van targeting biedt. In een notendop zijn custom audiences groepen die zijn opgebouwd door middel van eigen data. Denk bijvoorbeeld aan klanten, leads, etc. Hieronder bij 'mobile strategie Facebook' laat ik zien hoe je hier slimme dingen mee kunt doen.

Website custom audiences

Website custom audiences (WCA) is een van de nieuwste vormen van targeten op Facebook. Eigenlijk is het vergelijkbaar met retargeting, zoals we dat kennen van onder andere Google, maar dan net iets anders. Er is een aantal belangrijke verschillen.

  1. De mogelijkheid om cross-device websitebezoekers te retargeten. Op het moment dat een bezoeker de mobiele versie van een website bezoekt, kan je deze bezoeker vervolgens retargeten op desktop. Dit kan omdat er geen gebruik gemaakt wordt van een cookie, maar van het ingelogde Facebook account.
  2. De mogelijkheid om website custom audiences te combineren met andere vormen van targeting op Facebook. Opgebouwde website custom audiences kunnen met ieder andere vorm van targeting gecombineerd worden. Op deze manier kun je heel specifiek gaan targeten. Denk bijvoorbeeld aan alle bezoekers van de website in de afgelopen 30 dagen, gecombineerd met de vrienden van fans. Deze groep zou je kunnen targeten met een page like ad om je fanbase op te bouwen.

« Website custom audiences maken het mogelijk om cross-device te retargeten. »

Look-a-likes

Inmiddels is het mogelijk om op basis van bestaande data look-a-likes op te bouwen. Dit kon al door middel van het maken van een custom audience, maar inmiddels kan je ook look-a-likes maken op basis van:

  • Facebook conversiepixels
  • Je fans
  • Website custom audiences

Een mooie ontwikkeling en mogelijkheid om een nieuwe vergelijkbare doelgroep aan te boren.

Mobile strategie Facebook

Voordat je aan de slag kunt met de mobile strategie voor Facebook, is het aan te raden een aantal zaken te regelen. 

  1. Implementatie Facebook-conversiepixels
  2. Implementatie website custom audience-pixels op alle pagina's
  3. Implementatie Facebook SDK in bestaande apps
  4. Uitschrijven flow adverteren

Crossdevice conversies meten

Veel mensen zijn op alle devices ingelogd op Facebook. Daardoor kan Facebook een relatie leggen tussen een mobiele advertentie binnen Facebook en een conversie op desktop. Daarmee heeft Facebook naar onze mening op dit moment de beste cross-device-meting van de markt. En omdat Facebook bij uitstek iets is dat veel mobiel wordt geraadpleegd, is het in veel gevallen hét geschikte medium voor een mobiele strategie. 

« Omdat Facebook bij uitstek mobiel wordt geraadpleegd, is het in veel gevallen hét geschikte medium voor een mobile strategie. »

Fasering aanbrengen

Op het moment dat je verschillende groepen gaat targeten met de verschillende uitingen, is het aan te raden om eerst goed na te denken over de fase waarin een consument zich bevindt. Een salescampagne zal minder succesvol zijn op het moment dat je deze target op een groep van mensen die nog nooit in aanraking zijn geweest met jouw product of dienst. 

Voorbeeldstrategie webshop

Om bovenstaande concreet te maken, zal ik hier een korte strategie formuleren van een fictieve webshop; laten we er een elektronicawebshop van maken.

Een gemiddelde elektronicawebshop heeft natuurlijk een breed assortiment. Van producten die als impuls aangeschaft worden, zoals kabels en stekkers, tot producten die een langer aankoopproces hebben, zoals TV's en laptops. Daarnaast kun je nog een onderscheid maken in nieuwe aankopen en het vervangen van oude apparaten.

Hieronder als voorbeeld een schema met de doelgroepen en hoe we deze doelgroep willen bereiken.

Doelgroep Placement Propositie Ad unit Wie niet? Doel
WCA: alle bezoekers icm vrienden van fans Mobile newsfeed Word fan Page like ad Fans Fanbase vergroten
WCA: bezoekers categoriepagina's Mobile newsfeed Download app Mobile app ad Klanten Downloads vergroten app
Gebruikers app Mobile newsfeed App re-engagement Mobile app re-engagement Recente gebruikers app Gebruik vergroten app
CA: look-a-likes icm WCA: alle bezoekers Mobile newsfeed Actie Page link ad CA: klanten First sale
CA: klanten icm WCA: productniveau <2 dagen geleden Mobile newsfeed Voucher Offer ad CAL klanten met aankoop laatste 6 maanden Retentie

Naast de bovenstaande targetingcombinaties, zou je ook nog kunnen testen met cookietijden. Bijvoorbeeld bezoekers die 30 dagen geleden op de site zijn geweest en vandaag opnieuw. Als deze groep nog steeds niets heeft aangeschaft, zou je deze groep een app install kunnen laten zien als ze deze nog niet hebben geïnstalleerd.

In de kinderschoenen

Er gebeurt een hoop op het gebied van mobile en social media. In dit blog heb ik in mijn ogen de belangrijkste ontwikkelingen op een rij gezet en de toepasbaarheid uitgelegd. Er zijn natuurlijk meerdere wegen die naar Rome leiden. Ik ben heel benieuwd naar jullie bevindingen met betrekking tot de bovenstaande ontwikkelingen. Laat hieronder een reactie achter!

Marketingfacts jaarboek 2014/2015

Vanuit StormMC zijn we dit jaar nauw betrokken bij het hoofdstuk 'Mobile' in het Marketingfacts Jaarboek. Daarom publiceren we in april op Marketingfacts een serie artikelen over mobiele marketing en digitale promotie. Een deel hiervan verschijnt binnenkort dus ook in het jaarboek. Benieuwd naar de rest van het hoofdstuk en de rest van het jaarboek? Laat dan hier je e-mailadres achter en je bent de eerste die het weet als 'ie verschijnt (verwachting: begin juni)!  

Commentaires

Apple développe sa WebTV en secret

Alors que depuis plusieurs d’années maintenant, différentes rumeurs à propos d’une télévision Apple, une iTV, circulent assez régulièrement, il semblerait que les projets d’Apple soient différents des prévisions. En effet, selon les dernières fuites, Apple serait plutôt en train de développer un service de web TV. A savoir maintenant si l’appareil allant avec suivra ?

Les dernières informations diffusées à propos de la stratégie audio-visuelle d’Apple nous viennent du Wall Street Journal. En effet, le célèbre journal vient d’expliquer d’Apple serait en train d’acheter une quantité de bandes passantes trop importantes uniquement pour ses activités habituelles (mises à jour logiciel, AppStore, iTunes et iCloud). Il semblerait donc que la marque à la pomme ait besoin de bande passante pour de nouvelles activités pas encore dévoilées.

Tim Cook dévoile des pistes

L’information est accentuée par certaines déclarations de Tim Cook lors de la dernière conférence financière de la marque. En effet, le CEO d’Apple a insisté sur le développement de la firme sur ses anciens domaines d’activités, mais également sur des nouveaux où elle ne serait pas encore présente. Ajoutant par la suite, que l’expérience TV des utilisateurs était importante pour la marque qui souhaitent investir ce marché. Actuellement, Apple propose uniquement l’Apple TV depuis 2007,En Cuir, un boitier qui permet la connexion entre un téléviseur et les terminaux mobiles afin de partager sur le premier des contenus audio-vidéos. 

Apple recrute 

Dernier élément qui semble allait dans le sens d’un développement d’Apple dans ce marché,housse samsung galaxy note 4, la société vient de recruter récemment deux spécialistes du domaine. En effet, ce sontJean-François Mulé, un français qui a œuvré chez Technology Development, CableLabs et Orange, et Lauren Provo, l’une des anciennes responsables de ComCast, qui viennent de rejoindre la marque à la pomme.

Malgré ses différents éléments, on ne sait pas encore ce qu’il en est des projets concrets de création d’un téléviseur by Apple, mais on doute tout de fortement que le projet ait été totalement oublié. Ce n’est un secret pour personne que la marque a tendance à vouloir maîtriser autant les services proposés que les appareils sur lesquels les utilisateurs auront accès à ces derniers. 

Commentaires

« Previous entries Page suivante » Page suivante »